2b-mbo | Loopbaan en burgerschap
2b-mbo, 2bmbo, mbo, 2b mbo, onderwijs, onderzoek
208
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-208,qode-core-1.0.2,ajax_fade,page_not_loaded,,capri-ver-1.8, vertical_menu_with_scroll,smooth_scroll,blog_installed,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0.1,vc_responsive
Loopbaan en burgerschap
In de basis van ieder kwalificatiedossier vanaf studiejaar 2012-2013 zijn een aantal generieke kwalificatie-eisen vastgelegd, waaronder eisen voor loopbaan en burgerschap. De kwalificatie-eisen voor burgerschap zijn beschreven aan de hand van vier dimensies: politiek-juridisch, economisch, sociaal-maatschappelijk, en vitaal burgerschap. In loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB) dienen de volgende vijf elementen aan de orde te komen: capaciteitenreflectie, motievenreflectie, werkexploratie, loopbaansturing en netwerken. Met ingang van studiejaar 2016-2017 worden de kwalificatie-eisen aangescherpt om het kritisch denken van mbo-studenten te bevorderen.

 

Mbo-instellingen hebben een resultaatverplichting: zij dienen ervoor te zorgen dat deze eisen voldoende tot uitdrukking komen in het onderwijsaanbod. Wel hebben zij veel ruimte om te bepalen hoe zij dit vormgeven. Voor studenten geldt geen resultaatverplichting, maar een inspanningsverplichting. De kwalificatie-eisen kunnen namelijk niet zo gespecificeerd en handelingsgericht worden aangegeven als de kwalificatie-eisen voor een beroep.
Een inventarisatie van het Netwerk Burgerschap MBO onder haar leden in juli 2015 leverde een heterogeen beeld op wat betreft de visie op burgerschap, de vormgeving ervan, de mate waarin hierover centrale afspraken zijn gemaakt, en de eisen die aan docenten worden gesteld. Het is echter onduidelijk of deze informatie representatief is voor de gehele mbo-sector. Over LOB is dankzij onderzoeken naar aanleiding van het beëindigen van het Stimuleringsproject LOB in het mbo meer bekend. Deze onderzoeken wijzen uit dat de onderwijspraktijk behoefte heeft aan ondersteuning bij de verbetering van LOB. De wettelijke eisen worden ervaren als onduidelijk, er is teveel vrijblijvendheid en er is geen minimum voor kwaliteit geformuleerd. Dit alles leidde tot de behoefte aan een breed onderzoek naar loopbaan- en burgerschapsonderwijs in het mbo, dat in de periode februari-september 2016 is uitgevoerd.

 

In dit onderzoek stond de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat is de stand van zaken van het loopbaan- en burgerschapsonderwijs in het mbo en wat is de kwaliteit hiervan? Op basis van kwantitatieve (enquêtering docenten en studenten) en kwalitatieve dataverzameling (documentanalyse, interviews, rondetafelgesprekken) onder bekostigde en niet-bekostigde instellingen is deze onderzoeksvraag beantwoord.

 

Alle mbo’s besteden aandacht aan burgerschapsonderwijs en loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), maar vullen deze op een verschillende manier in. Er is niet altijd grip op de kwaliteit ervan en ook de beoordeling van studenten blijkt soms een uitdaging. Docenten en beleidsmedewerkers hebben mede daarom behoefte aan houvast: wat is ‘goed’ burgerschap en wat is een ‘goede’ LOB. Daarover bestaat geen eenduidigheid.

 

Zie ook het persbericht van NRO over dit onderzoek.

 

Het onderzoek is uitgevoerd door de groep van onderzoekers die ook bij de evaluatie 2B-MBO betrokken is. Voor meer informatie kunt u terecht bij:
Paul den Boer